dinsdag 28 augustus 2012

Partneralimentatie 2.0

De politiek heeft zich nog juist voor het zomerreces uitgesproken over een nieuwe invulling van het begrip ‘partneralimentatie’. De belangrijkste voorstellen zal ik in dit artikel de revue laten passeren.

Allereerst noem ik een aantal knelpunten die in de huidige situatie bestaan. Zo wordt de duur van in veel gevallen 12 jaar (bij een huwelijk van langer dan 5 jaar) als te lang ervaren. Voor de ontvangende partner bestaat er geen enkele prikkel om (in meerdere mate) in het eigen levensonderhoud te voorzien. De berekening van de alimentatie is vaak lastig en is de hoogte eenmaal vastgesteld, dan is deze niet eenvoudig te wijzigen.
Om de voornoemde knelpunten weg te nemen is voor het begrip ‘partneralimentatie’ een nieuwe grondslag gedefinieerd, te weten: ’de compensatie voor het tijdens het huwelijk ontstane verlies aan verdiencapaciteit’. Indien één van de partners tijdens het huwelijk minder tijd aan zijn/haar carrière heeft besteed wordt dit in de nieuwe opzet goed gemaakt door middel van een recht op partneralimentatie. Als een partner tijdens het huwelijk geen betaald werk heeft verricht dan zal dit in beginsel leiden tot een recht op partneralimentatie.

In de nieuwe (voorgestelde) opzet wordt de duur van de partneralimentatie afhankelijk van onder meer het hebben van kinderen, het wel of niet afspreken van co-ouderschap, de lengte van het huwelijk en zoals hiervoor reeds genoemd, het al dan niet hebben deelgenomen aan het arbeidsproces tijdens het huwelijk.

De voorgestelde regeling wat betreft de (tijds)duur van de partneralimentatie heb ik in bijgaand schema inzichtelijk gemaakt. Klik hier!

Wat betreft de berekening van de alimentatie wordt achter de (politieke) schermen gewerkt aan een internet-tool die naar het heet in het gebruik ‘eenvoudig’ zal zijn. Partners zouden dan zelf de hoogte kunnen berekenen. Indien partners er onderling niet uitkomen kunnen zij zich - net als nu - wenden tot een mediator of de rechter.

Er zal een overgangsregeling komen, die de ‘pijn’ (van meestal één der partijen) vanwege de verschillen tussen de oude en nieuwe situatie zal verzachten. Bijvoorbeeld bij wijziging van omstandigheden binnen de huidige kaders kunnen de nieuwe regels ten goede komen aan de betalende partner.

Een verlenging van de wettelijke termijn zoals in de huidige situatie mogelijk is komt te vervallen. In schrijnende gevallen kan een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule.
Tenslotte merk ik op, dat bij huwelijkse voorwaarden danwel in een overeenkomst van geregistreerd partnerschap partners andersluidende afspraken kunnen maken. Contractsvrijheid is het uitgangspunt.

We wachten met belangstelling de ontwikkelingen na 12 september a.s. af!

Hoek en Blok Corporate Finance
Rob de Bruijn RA RV

E: r.d.bruijn@hoekenblok.nl 
I: http://www.hoekenblok.nl
Telefoon: (0184) 496800

maandag 27 augustus 2012

De btw-verhoging per 1 oktober 2012 in de praktijk


Op 1 oktober gaat het algemene btw-tarief van 19 naar 21%. De gevolgen van deze verandering zijn relatief eenvoudig, maar toch zijn er in de praktijk nog een aantal zaken die wat ingewikkelder liggen. Welke zijn dat en hoe kunt of moet u daarmee omgaan?


De algemene regel …
De verhoging van het algemene btw-tarief vindt plaats met ingang van 1 oktober 2012. Welk btw-tarief u moet toepassen (19% of 21%), hangt af van het moment waarop u goederen levert of diensten verricht. Concreet betekent de btw-verhoging het volgende:
  • U brengt 21% btw in rekening als u goederen levert of diensten verricht op of na 1 oktober 2012;
  • U brengt 19% btw in rekening als u goederen levert of diensten verricht vóór 1 oktober 2012. Ook als u pas na deze datum factureert.
TIP!  Als u privé of als voor de btw vrijgestelde ondernemer bijvoorbeeld een auto koopt, zorgt u er dan voor dat het kenteken vóór 1 oktober 2012 op uw naam staat.

Maar wat nu als klanten al vooruitbetaald hebben?
Heeft uw cliënt al gedeeltelijk vooruitbetaald voor goederen of diensten die u pas levert respectievelijk verricht na 30 september 2012, dan geldt over de hele prijs het nieuwe btw-tarief van 21%. De levering of dienst vindt immers plaats op of na 1 oktober 2012. U heeft over de vooruitbetaling al 19% btw afgedragen. Het verschil tussen 21% en 19% bent u dan nog na 30 september 2012 op aangifte verschuldigd.

TIP!  Om te voorkomen dat u aanvullende facturen moet uitreiken voor het verschil tussen 19% en 21% mag u voor prestaties die u verricht na 30 september 2012 en die onder het 21%-tarief vallen reeds vóór 1 oktober 2012 btw factureren naar het tarief van 21%. U geeft deze omzet aan in rubriek 1c (‘Overige tarieven behalve 0%’) van uw aangifte omzetbelasting. De ondernemer die uw prestaties afneemt mag die 21% conform de regels voor het recht op aftrek gewoon in mindering brengen op de door hem verschuldigde btw. Met ingang van 1 oktober 2012 moet u het algemene btw-tarief van 21% weer in rubriek 1a (‘Belast met 21%’) van uw aangifteformulier vermelden.

Hoe zit het met jaarabonnementen of licenties?
Doorlopende prestaties zijn prestaties die niet op één tijdstip worden verricht, zoals het verlenen van licenties of abonnementen op leveringen en diensten. Als de afrekening voor doorlopende prestaties betrekking heeft op een periode die eindigt na 30 september 2012 moet de afrekenperiode worden gesplitst. Voor het deel van de prestatie dat plaatsvindt vóór 1 oktober 2012 geldt het oude tarief van 19%. Voor het deel van de prestatie dat plaatsvindt na 30 september 2012 geldt het nieuwe tarief van 21%.

LET OP!  Reikt u altijd aan het begin van het kalenderjaar een ‘jaarfactuur’ uit, dan kunt u er om administratieve redenen voor kiezen om begin 2013 op de ‘jaarfactuur’ over 2013 mede de verschuldigde btw over het laatste kwartaal van 2012 in rekening te brengen door deze te vermelden als ‘na gefactureerde btw 2012’. U dient deze extra verschuldigde btw echter wel (bij vooruitbetaling) te voldoen over het tijdvak oktober/vierde kwartaal 2012!

En hoe met onderhouds- en serviceabonnementen?
Met betrekking tot liften, cv-, koel- en luchtbehandelingsinstallaties worden met gebruikers vaak afspraken gemaakt over periodieke onderhoudswerkzaamheden die nodig zijn voor de veiligheid en het ongestoord functioneren van de installaties. Daaraan gekoppeld worden in veel gevallen ook afspraken gemaakt om tegen een relatief geringe, extra vergoeding en binnen een bepaalde termijn (meestal 24 uur), storingen aan de installaties te verhelpen. Zowel bij de onderhouds- als bij de serviceabonnementen is de onderhoudsdienst de hoofdprestatie. Het moment waarop de onderhoudsdienst is afgerond is daarom bepalend voor het antwoord op de vraag of het tarief van 19% of 21% van toepassing is. Hierbij is niet van belang op welke wijze de vergoeding voor de onderhoudswerkzaamheden wordt betaald: vooraf, in termijnen of na afloop. Op de jaarlijkse onderhoudsbeurt die na 30 september 2012 plaatsvindt, is dus het 21%-tarief van toepassing en zorgt er voor dat u nog 2% extra omzetbelasting verschuldigd bent als gefactureerd is en betaling al heeft plaatsgevonden tegen 19%.

Overgangsrecht voor onroerende zaken, verbouwingen en nieuwbouwwoningen
Voor de leveringen van onroerende zaken waarbij de vergoeding in termijnen vervalt, is er speciaal overgangsrecht. Het nieuwe tarief van 21% geldt niet voor de volledige prijs, maar alleen voor de termijnen die vervallen na 30 september 2012. Dit geldt ook voor apart overeengekomen verbouwingen, welke zijn gericht op een verandering van de inrichting, aard of omvang van de zaak en waarbij de vergoeding vervalt in termijnen naarmate de verbouwing vordert.

Bij koop- en aannemingsovereenkomsten voor nieuwbouwwoningen gesloten vóór 28 april 2012, waarbij de vergoeding in termijnen wordt betaald, blijven alle termijnen die vervallen vóór 1 oktober 2013 onder het 19%-tarief vallen. Alle termijnen die daarna vervallen, vallen onder het 21%-tarief.

LET OP!  Deze overgangsregeling geldt niet voor diensten die zijn gericht op instandhouding van de zaak, zoals onderhouds- of herstelwerkzaamheden. Voor de toepassing van het tarief is dan gewoon bepalend het moment waarop de dienst is afgerond.

En hoe pas ik het beste een en ander aan in onze administratieve systemen en procedures?
Om de verhoging van het btw-tarief in verschillende denkbare scenario’s zo soepel mogelijk te laten verlopen, adviseren wij u om op korte termijn te inventariseren welke aanpassingen van uw systemen en procedures nodig zijn. Pas bijvoorbeeld niet zomaar het tarief aan, maar voeg een extra tarief toe in uw administratieve systeem zodat u de gegevens uit het verleden met het bijbehorende tarief kunt bewaren. Maar denkt u ook aan de administratieve verwerking van inruilgoederen en toepassing van de herzieningsregels. En zo nodig aan uw prijslijst.

Uiteraard denken de adviseurs van Hoek en Blok graag met u mee. Aarzelt u daarom niet om ook in dit geval een beroep te doen op hun kennis en ervaring!

Hoek en Blok Belastingadviseurs

E: fiscalisten@hoekenblok.nl

I: www.hoekenblok.nl 
Telefoon: (0184) 496800