maandag 12 november 2012

Pensioen van de ondernemer: een mijnenveld


Ondernemers beschikken over fiscale mogelijkheden om pensioen voor zichzelf en hun partner op te bouwen. Aan het ondernemerspensioen zitten echter veel haken en ogen. Als het geld er op de pensioendatum niet is, dreigt een hoge belastingaanslag. Zelfs als je als ondernemer je pensioen ‘in eigen beheer’ geregeld hebt en keurig geld opzij hebt gezet blijkt die pot vaak veel te klein om een levenslang pensioen uit te keren. De pensioenvoorziening op de balans is vaak op basis van fiscale regels berekend, terwijl de werkelijk benodigde gelden veel hoger blijken te zijn.

Veel ondernemers komen er pas bij pensionering achter dat ze te weinig of zelfs helemaal geen pensioen hebben opgebouwd. Ze hebben vaak maximaal gebruikgemaakt van de aftrekmogelijkheden die er zijn voor het pensioen, maar onvoldoende gespaard. Zowel de ondernemer met een eenmanszaak (IB-ondernemer) als de directeur-grootaandeelhouder (dga) van een BV mag met fiscaal voordeel sparen voor zijn pensioen. Het geld dat ze inleggen is aftrekbaar, over het uit te keren pensioen wordt belasting geheven.

Veel ondernemers creëren helaas alleen op papier een ‘pensioenpot’. De IB-ondernemer doet dat met een Fiscale oudedagsreserve (FOR), die maximaal 12% van de jaarwinst bedraagt. De dga bouwt met een voorziening op de balans een ‘pensioen in eigen beheer’ op. Ondernemers kijken echter - zo blijkt - vaak te veel naar de aftrekmogelijkheden en te weinig naar de liquiditeit die nodig is om het pensioen uit te keren. 

Ondernemers die alleen een ‘papieren’ pensioenpot creëren gebruiken in veel gevallen hun pensioengeld voor investeringen in de onderneming. Ondernemers, waaronder dga’s lenen het geld ook vaak uit aan zichzelf om daar privé-uitgaven mee te betalen. Zij verwachten/hopen daarbij dat op de pensioendatum het eigen bedrijf zo veel waard is, dat de pensioenpot kan worden gevuld met de opbrengst van de verkoop van de onderneming. Als die opbrengst echter tegenvalt is de pensioenpot te klein of zelfs helemaal leeg. In dat geval dreigt een bijkomend gevaar namelijk dat de fiscus zich op het standpunt stelt dat er in het verleden ten onrechte pensioenpremie is afgetrokken en hierom vervolgens in één keer belasting heft over de werkelijk benodigde pensioenvoorziening, plus een revisierente (boete) van 20%. Dat kan oplopen tot  een belastingheffing van in totaal 72%! 

Ons advies is dat ondernemers daadwerkelijk geld opzij zetten voor hun pensioen. De ondernemer kan daarbij onder andere gebruik maken van een lijfrenteverzekering of van een bankspaarproduct (bijvoorbeeld ‘banksparen’) om te sparen voor zijn toekomstige pensioenuitkeringen. De ondernemer kan het pensioengeld ook sparen of beleggen binnen de eigen onderneming. Het voordeel van pensioenpremie storten in een product bij een bank of verzekeraar is, dat er straks ook werkelijk geld beschikbaar is. Als in de BV wordt belegd bestaat het risico dat de ondernemer het geld - bijvoorbeeld in tijden van nood -  voor andere doelen gebruikt.

Veel dga’s komen er tegenwoordig achter dat het opgebouwde kapitaal veel te laag is om daarvan bij een verzekeraar of bank het toegezegde pensioen van te kopen. Dat heeft te maken met de huidige lage rentestand, met de gestegen levensverwachtingen, alsmede met de indexatie van de uitkeringen na de pensioendatum. 

De politiek heeft inmiddels onderkend dat de in eigen beheer toegezegde pensioenen steeds vaker tot (liquiditeits)problemen leiden. Daartoe zijn voorstellen gedaan waarbij dga’s - zonder fiscale sancties - af mogen zien van (een deel van) hun pensioen, het zogenoemde afstempelen van pensioen. De voorwaarden die daarbij gelden zullen naar verwachting streng zijn. De Belastingdienst wil voorkomen dat ondernemers die in het verleden gebruik hebben gemaakt van de fiscale aftrek nu vervolgens niet afrekenen over het uit te keren pensioen. 

De dga kan in plaats van het afstorten bij een verzekeraar, ook in eigen beheer zijn pensioen uitkeren, maar ook dan loopt hij aan tegen de huidige lage rente/rendement,  de hogere levensverwachtingen en de dure indexatie van het pensioen na ingang. 

Ondernemers zijn gewaarschuwd! Voor een advies op maat kunt u terecht bij de adviseurs van Hoek en Blok.

Hoek en Blok Corporate Finance
Rob de Bruijn RA RV

E: r.d.bruijn@hoekenblok.nl  
I: http://www.hoekenblok.nl
Telefoon: (0184) 496800

donderdag 13 september 2012

Meer informatie over de Flex-BV

Op 1 oktober treedt de Wet Flexibilisering en Vereenvoudiging BV-recht in werking en is de ‘Flex-BV’ een feit. De wet is bedoeld om voor ondernemers een rechtsvorm neer te zetten die flexibeler is en kan worden aangepast aan de aard van een onderneming.

Op zichzelf is dit uiteraard een positief streven van de wetgever. Er kleven echter ook nadelen aan de nieuwe wet. In het onderstaande wordt kort uiteengezet wat de wijzigingen inhouden. Ook worden de nadelen belicht welke de nieuwe wet met zich mee brengt. 

Wijzigingen

Kapitaalbescherming
De oude wet kent een aantal regelingen die moeten waarborgen dat binnen een B.V. voldoende kapitaal aanwezig is en blijft. Doelstelling hiervan was het beschermen van schuldeisers. Een onderdeel hiervan is het verplichte minimumkapitaal van € 18.000 bij de oprichting van een B.V. De wetgever heeft nu echter gemeend dat de minimumkapitaaleis in de praktijk niet effectief is om schuldeisers te beschermen. Er is dus geen minimumkapitaaleis meer.

Daarnaast worden er een aantal kapitaalbeschermingsregels versoepeld dan wel geschrapt. Dit speelt dan bijvoorbeeld bij de inkoop van aandelen.

Uitkeringstest
Het nieuwe middel om de schuldeisers van een B.V. te beschermen, is de invoering van de ‘uitkeringstest’. Dit betekent dat de directie aan elke uitkering van dividend (of eigen vermogen) goedkeuring moet geven. De directie moet bepalen of de uitkering verantwoord is. Hierbij moet de directie alle omstandigheden in aanmerking nemen.

De directie wordt geacht vooruit te kijken: gaan er binnen nu en een jaar omstandigheden spelen die de B.V. in financiële problemen brengen? In feite wordt van de directie gevraagd een prognose te maken. Mocht achteraf blijken dat de uitkering van het dividend/vermogen onverantwoord was, dan kan de directie aansprakelijk worden gesteld voor het tekort dat is ontstaan (inclusief wettelijke rente).

Overige wijzigingen
De nieuwe wet brengt naast het bovenstaande nog een aantal andere wijzigingen met zich mee (niet uitputtend):

  • Door het vervallen van de minimumkapitaaleis, vervalt ook het vereiste van een bankverklaring bij oprichting van een B.V.;
  • Een blokkeringsregeling in de statuten is niet langer verplicht;
  • In de statuten kunnen ten aanzien van het overdragen van aandelen bijzondere regelingen worden opgenomen. Bijvoorbeeld dat aandelen gedurende een bepaalde periode niet kunnen worden overgedragen;
  • Er kunnen stemrechtloze aandelen worden gecreëerd. Hierin is ook een variatie mogelijk. Bijvoorbeeld dat aan een gedeelte van de aandelen geen stemrecht is verbonden ten aanzien van bepaalde besluiten. Of dat er gedurende een omlijnde periode geen stemrecht aan een bepaald soort aandelen is verbonden. Een stichting administratiekantoor is dan overbodig.

Moet u nu wat doen?

U bent niet verplicht de statuten van uw B.V. aan te passen.

De belangrijkste wijzigingen in de nieuwe wet gaan - ongeacht de inhoud van de statuten - vanaf 1 oktober gelden. Hierbij doelen wij op de de hiervoor aangehaalde ‘uitkeringstest’ en de aansprakelijkheidsrisico’s die daaruit voortvloeien. Dit gaat gelden voor alle B.V.’s.

Wilt u echter gebruik maken van bijvoorbeeld stemrechtloze/winstrechtloze aandelen dan kan dat alleen als uw statuten dit toelaten. Daarvoor is dus een statutenwijziging vereist.

Hoe zit het met de verzwaring van de aansprakelijkheid?

Op dit moment is het niet duidelijk of de nieuwe wet ook daadwerkelijk zal leiden tot een verzwaring van de aansprakelijkheid van de directie. Dat zal uit toekomstige rechtspraak moeten blijken.

Als u dit niet wil afwachten en zoveel mogelijk enige aansprakelijkheidsrisico’s danwel überhaupt een discussie hieromtrent wenst te vermijden zou het optie kunnen zijn uw B.V. om te zetten naar een N.V. De N.V. kent nog geen ‘uitkeringstest’.

Een ander idee is om vóór 1 oktober a.s. dividend uit te keren.

Om uw mogelijkheden te bespreken, kunt u contact opnemen met één van onze juristen.


Hoek en Blok Juristen

E: juristen@hoekenblok.nl

I: www.hoekenblok.nl 
Telefoon: (0184) 496800